Een alternatief voor de Oerknaltheorie

Henk Druiven, 6 februari 2012

Afscheidscollege 28 maart 2013 (Inleiding tot deze publicatie)
Belangrijke ontdekkingen en vergissingen in de geschiedenis van de kosmologie

(English version)

Het is nog niet eens zo lang geleden dat Galileo in 1633 door de kerk werd vastgezet omdat hij opperde dat de aarde rond de zon draaide. Pas in 1992 maakte de Katholieke kerk zijn excuus en maakte ze bekend dat Galileo toch een gelovig mens was. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Galileo_Galilei).

1986:

Het was geloof ik rond 1986 dat ik op de verjaardag was van mijn broer Gerard die kunstenaar is. Er waren meer kunstenaars aanwezig.

Ik geloof dat men in die tijd nog dacht dat het heelal ongeveer 10 miljard jaar oud was terwijl er in die tijd sterrenstelsels waren ontdekt die bijna net zo oud waren. Dat stemde niet met elkaar overeen. Nu wordt de leeftijd van het heelal geschat op 13,7 miljard jaar maar dat was toen nog niet het geval.

Afijn, dit hele verhaal kwam ter tafel en ik weet nog dat Siert Dallinga opperde dat het feit dat Hubble (http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Hubble) ontdekte dat alle sterrenstelsels van ons af bewegen misschien gestoeld is op gezichtsbedrog net zoals de planeten, sterren en de zon om de aarde lijken te bewegen. Mogelijk dat de roodverschuiving door een ander effect kan worden verklaard.

Dat idee heeft me nooit meer losgelaten. Stel dat er geen sprake is van de Oerknal dan moet er dus een alternatieve verklaring zijn voor Wet van Hubble.

Overigens zijn er nog talrijke andere redenen om te twijfelen aan de Oerknaltheorie. (http://www.kennislink.nl/publicaties/het-heelal-is-zoek-of-we-begrijpen-het-niet)


Het heelal is rond en statisch

Ik zal u niet lastig vallen met de vele hersenspinsels die ik in de loop van jaren heb ontwikkeld al was het maar dat geen van deze spinsels tot iets zinnigs hebben geleid. Totdat ik het volgende idee ontwikkelde.

Als het heelal statisch en rond is wat kan dan de verklaring zijn dat als wij een ster op de horizon van ons zichtbare heelal zouden kunnen zien deze met de lichtsnelheid van ons af lijkt te bewegen?

Het is uiteraard zo dat als je veronderstelt dat er geen sprake is van de Oerknal het heelal niet rond hoeft te zijn. Het blijkt echter dat de natuur/heelal/God een grote voorkeur heeft voor ronde vormen; zie de planeten, sterrenstelsels, planeetbanen enz. en het komt mij ook wel goed uit.


In bovenstaande figuur is de ruimte voorgesteld door een cirkel met op de bovenzijde een waarnemer. Deze zal een ster op de rand van het zichtbare heelal waarnemen met een roodverschuiving gelijk aan de roodverschuiving die een ster geeft die met de 300.000 km/s van ons af beweegt (limietgeval). Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Roodverschuiving

Wat me opviel is dat de tijdsvector van de ster samenvalt met de snelheidsvector waarmee wij deze ster van ons zien verwijderen. Mag daarom misschien worden verondersteld dat de tijdsvector van de ster door ons wordt gezien als een snelheidsvector? Immers de tijdsvector van deze ster ligt in de ruimtedimensie van de waarnemer. Vraag is dus of een afstand van 300.000 km gelijk gesteld mag worden met een tijdsverschil van één seconde.

Uiteraard betekent dit dan ook dat 1 seconde gelijk dient te zijn aan 300.000 km en onze tijdsbeleving op e.o.a. manier moet voortkomen uit een verplaatsing van 300.000 km.

Ogenschijnlijk had ik mezelf schaakmat gezet want uit niets blijkt dat wij ons met die snelheid bewegen.

Opmerking bij deze voorstelling:

Mijn voorstelling heeft ook consequenties voor de wet van Hubble. De wet van Hubble stelt dat er een lineair verband bestaat tussen de afstand van een sterrenstelsel en de snelheid waarmee deze van ons af beweegt.

Mijn voorstelling suggereert dat dichtbijgelegen sterrenstelsels relatief een grotere roodverschuiving hebben dan de sterrenstelsels aan de horizon. Om precies te zijn suggereert mijn stelling een afgeleide van een min kwart cosinus, dus een kwart sinus.

Als we dat vergelijken met de meetresultaten die door anderen zijn gedaan dan geeft mijn voorstelling een betere fit van de data dan een lineair verband, althans in de meetresultaten die ik heb geleend van http://wiki.fok.nl/index.php/Kosmologie .
(Let op: op de horizontale as de roodverschuiving en op de verticale de afstand)

Hubble_s.jpg

Nog fraaier komt dit tot uiting in afbeeldingen die ik heb geleend van http://mico2maco.net/?p=839 . Dit komt vooral door het gebruik van lineaire assen. Opvallend is dat door een aantal correcties in de tweede afbeelding de roodverschuiving boven de 1 komt liggen. Uiteraard kan dit niet.

   wpid-Hubble-DiagramV-D3-300x241.pngwpid-Hubble-Diagramz-D2-300x238.png



Kerndeeltjes draaien fysica een loer

Op 24 april 1993 verscheen er een artikel in de wetenschappelijke bijdrage van de Volkskrant met als titel: “Kerndeeltjes draaien fysica een loer”. Daarin staat letterlijk dat “kerndeeltjes in feite een woeste zee zijn van quarks, gluonen en anti-quarks die allemaal met de lichtsnelheid bewegen”.

Dus alles waar wij uit bestaan verplaatst zich met 300.000 km in 1 seconde zonder dat wij ons gemiddeld in de ruimte verplaatsen. Maar levert dat dan ook een tijdsvector op die haaks staat op onze ruimte dimensies?

Uiteindelijk stelde ik me voor dat we bestaan uit minuscule deeltjes die allemaal met 300.000 km/s ronddraaien.

Stel we monteren een fietswiel op een wagen en wel zodanig dat dit wiel vrij en zonder wrijving kan ronddraaien. Wat is dan de afgelegde weg van een punt op de velg van het wiel als functie van de afgelegde weg van de wagen en de afgelegde weg t.g.v. zijn rotatie?

Dit was voor mij een ingewikkeld probleem maar kan gelukkig door de energievergelijking worden opgelost.

Omdat beide bewegingen volkomen onafhankelijk van elkaar zijn kunnen de bewegingsenergiën bij elkaar worden opgeteld. Dus


ofwel


(Als voor een driehoek met zijden a, b en c geldt: c2 = a2 + b2, dan is die driehoek rechthoekig, met de hoek die tegenover de zijde c ligt de rechte hoek. http://nl.wikipedia.org/wiki/Stelling_van_Pythagoras)

Omdat de lineaire verplaatsing van de wagen in alle drie de ruimtedimensies kan plaatsvinden moet dus de vector van de rotatie wel haaks staan op onze drie ruimtedimensies.



Een alternatief voor de Relativiteitstheorie

Speciale relativiteitstheorie

    1. De wetten van de natuurkunde (inclusief die van de elektrodynamica) zijn dezelfde voor waarnemers in inertiaalstelsels die eenparig ten opzichte van elkaar bewegen.
    2. Waarnemers in inertiaalstelsels meten voor de lichtsnelheid in vacuüm altijd 299.792.458 m/s, onafhankelijk van hun onderlinge (relatieve) beweging http://nl.wikipedia.org/wiki/Relativiteitstheorie. Ofwel (wordt geconcludeerd) is de lichtsnelheid in vacuüm een universele constante
Ik merk hierbij op dat een gemeten lichtsnelheid iets anders kan zijn dan de werkelijke snelheid van het licht.
Zo is de gemeten toonhoogte van een geluidsbron die t.o.v. een waarnemer beweegt ook niet gelijk aan werkelijke toonhoogte. Ook wel het Dopplereffect genoemd; http://nl.wikipedia.org/wiki/Dopplereffect

Als mijn stelling juist is dat een afstand van 300.000 km gelijk is aan een tijdsverschil van een seconde dan is de werkelijke snelheid van het licht oneindig of iets dat er dicht tegenaan ligt.

Stel u voor dat u als astronaut in een raket van aarde vertrekt en een zeer hoge snelheid opbouwt. Met voldoende apparatuur aan boord zult u constateren dat u een snelheid opbouwt die alleen afhankelijk is van de hoeveelheid stuwkracht aan boord. Uw topsnelheid kan voor u zelfs ver boven de 300.000 km/s bedragen. U gebruikt daarvoor een energie gelijk aan e= ½ mv². Uiteraard refereert u uw afgelegde weg aan bekende sterrenstelsels die u passeert. Ook blijven de wetten van de klassieke mechanica (http://nl.wikipedia.org/wiki/Klassieke_mechanica) voor u gewoon van kracht.
Wat u ook zult constateren is dat de klokken die u passeert voor gaan lopen op uw klok aan boord. Dit is geheel overeenkomstig de relativiteitstheorie. Hieruit kunt u de conclusie trekken dat de klokken in uw omgeving sneller gaan lopen naarmate uw snelheid toeneemt, zoals Einstein concludeerde, maar logischer en overeenkomstig mijn voorstelling kunt u ook concluderen dat u met de afgelegde weg een zekere tijd overbrugt. Bij zeer hoge snelheid zult u uiteindelijk concluderen dat de limiet ligt bij een overbrugging van 1 seconde per 300.000 km.

Grafisch ziet het er als volgt uit:

Waarbij 1/c = 1 sec per 300.000 km.

Ofwel de tweede formule van de speciale relativiteitstheorie

Dit idee is in 1994 door mij als akte van depo geregistreerd bij Notaris Nielsen, Ubbo Emmiussingel 38, 9711 BJ Groningen.

Een niet onaardige bijkomstigheid is dat in mijn voorstelling de tweelingparadox niet bestaat.

4 mei 2013: Er is ook geen tweede theorie nodig die het verband tussen versnelling en tijd duidelijk maakt. Deze relatie komt geheel voort uit het feit dat 1 meter gelijk is aan 3,33 nanoseconde.
Bijvoorbeeld:
De zwaartekracht op aarde is gelijk aan 10 m/sec^2 = 3,33 * 10^-8 per seconde


Verschillen tussen mijn visie en die van Einstein, Georges Lemaître en anderen:

Henk Druiven Einstein, Georges Lemaître en anderen
Het heelal is rond en statisch. Het heelal kan veel ouder zijn dan 13,7 miljard jaar. Het helal expandeert en komt voort uit een soort oerknal. Het heelal is ongeveer 13,7 miljard jaar oud.
Naarmate sterren verder van ons verwijderd zijn hebben ze een zekere roodverschuiving. Dit effect wordt veroorzaakt door het feit dat de tijdsvector steeds meer in de ruimtedimensies van de waarnemer komt te liggen. Naarmate sterren verder van ons verwijderd zijn bewegen ze sneller van ons af en vertonen ze om die rede een toenemende roodverschuiving.
De functie waarmee de tijdsvector in de ruimtedimensie van de waarnemer komt te liggen is een functie van een kwart sinus. Deze vlakt dus aan de rand van ons zichtbare heelal af.
De expansie lijkt in de loop der tijd te zijn toegenomen. Als we kijken naar zeer ver verwijderde sterren dan is de roodverschuiving minder dan aan de hand van de Hubble-constante mag worden verwacht.
Een klok die een zekere afstand overbrugt, overbrugt daarmee ook een zekere tijd.
Deze klok loopt dus achter op de omgeving.
Een klok die zich relatief beweegt ten opzichte van zijn omgeving zal langzamer gaan lopen.
Deze klok loopt dus achter op zijn omgeving.
De lichtsnelheid is oneindig. Als een voorwerp deze snelheid wil bereiken dan is daar (dus) ook oneindig veel energie voor nodig.
De hoeveelheid energie om een zekere snelheid te bereiken is altijd e= ½ mv².
Voor de omgeving lijkt het voorwerp nooit sneller te gaan dan 300.000 km/s.
De lichtsnelheid is 300.000 km/s. Om deze snelheid te bereiken heeft een voorwerp oneindig veel energie nodig.
De relativistische massa van een voorwerp neemt toe naarmate zijn snelheid toeneemt. De hoeveelheid energie om het voorwerp te versnellen neemt dus ook toe. Deze relatie is
 m_{v}=\frac{m_0}{\sqrt{1-(\frac{v}{c})^2}}=m_0 \gamma
Er is geen sprake van een tweeling paradox. Er is sprake van een tweelingparadox
Er is geen tweede theorie nodig om de verband te leggen tussen versnelling en tijd. Die relatie is al gelegd.
Er is een tweede theorie nodig die het verband legt tussen versnelling en tijd.


U kunt eventueel een reactie sturen naar henk@alternatiefoerknaltheorie.nl

P.s. Uiteraard weet ik dat ik de zaken waarschijnlijk veel te eenvoudig voorstel, maar dan ontvang ik graag een reactie van u waar ik in mijn redenering de fout in ga.

Bovendien loof ik 500 euro uit aan de eerste die een bom weet te leggen onder mijn theorie.

Link naar het interview in de UK; http://www.ukrant.nl/magazine/alternatief-voor-oerknaltheorie
Link naar een kopie van het interview in het Dagblad van het Noorden; Interview

Indien gewenst en bij voldoende belangstelling geef ik graag, tegen reiskostenvergoeding, een college.